21 september 2016

Hoe hoog zijn de kosten van ICT in het voortgezet onderwijs? Welk deel gaat naar de exploitatie en welk deel gaat naar investeringen? En wat kost een wifinetwerk eigenlijk? Veltwerk doet hier sinds 2012 onderzoek naar. Dit zijn de resultaten!

 

In het onderzoek dat Veltwerk doet, wordt per school beschreven welke ICT de school gebruikt, hoe de organisatie eromheen is vormgegeven en wat de totale kosten van ICT zijn. Alle relevante investeringen, exploitatielasten en personele kosten zijn in het onderzoek opgenomen. Deze kosten worden uitgedrukt in een prijs per leerling per jaar.

Door de weergave van kosten per leerling, is het voor scholen mogelijk om onderling te vergelijken. Doordat Veltwerk dit al bij een groot aantal scholen heeft uitgevoerd, zijn interessante kengetallen ontstaan. In dit rapport staat hiervan een samenvatting.

Welke kosten zijn in het onderzoek verwerkt?

kosten van ICT in het voIn het  onderzoek van Veltwerk wordt een precieze definitie gehanteerd voor datgene dat wordt gerekend tot ‘de kosten van ICT’. In totaal worden daarbij 25 categorieën aangehouden.

Per categorie is gedetailleerd beschreven hoe de investeringen en kosten worden toegerekend. Op hoofdlijnen komt het erop neer dat alle kosten voor gebruik en exploitatie, de personele lasten en alle investeringen die te maken hebben met ICT zijn opgenomen.

Niet opgenomen in het onderzoek zijn de kosten voor vaste bekabeling en gebouwgebonden automatisering. Dit gaat bijvoorbeeld om ICT voor klimaatinstallaties, liften, energiebeheer, gebouwbeveiliging, lockers, brandmeldinstallaties, enzovoort. Dit soort ICT wordt vaak al bij de bouw van de school aangelegd. Hierdoor zijn de kosten ervan achteraf moeilijk te achterhalen.

Daarnaast hebben ze maar weinig invloed op het ICT-gebruik in het onderwijs. Om die redenen zijn ze uit het onderzoek van Veltwerk weggelaten. In dit samenvattende rapport zijn omwille van de leesbaarheid  diverse categorieën samengevoegd en wordt een versimpelde weergave van twaalf categorieën gebruikt.

Kan ik mijn school langs de meetlat leggen?

Zeker, maar wel met een voorbehoud. Dit rapport geeft inzicht in de onder en bovengrenzen en de gemiddelde uitgaven van de kosten an ICT. Er wordt daarbij een beknopte uitleg gegeven waardoor de verschillen worden veroorzaakt. Dat kan gaan om de omvang, de kwaliteit of het soort gebruikte ICT.

Daarnaast heeft het gehele onderzoek van Veltwerk (waarin de data is verwerkt van zeventien vo-scholen met samen bijna negentienduizend leerlingen) een beperkte negatieve bias. Deze afwijking ten opzichte van de reële waarde is inherent aan het type onderzoek. Bij veel van de onderzochte scholen was er een aanleiding om de kosten onder de loep te nemen omdat ze simpelweg te hoog waren. Bij de scholen waar het onderzoek naar de kosten van ICT geen aanleiding gaf om te veranderen of te bezuinigen hebben we het kostenniveau -arbitrair- gelabeld als ‘gezond’. Het gemiddelde van alle scholen ligt zo’n 8% hoger dan het gemiddelde van de ‘gezonde’ scholen. Een verschil met een kengetal moet daarom vooral worden gezien als een aanleiding om verder te zoeken. De ene school geeft nu eenmaal meer uit aan een bepaald onderdeel dan een andere. De vraag is waarom? En is dat terecht?

Financiering van het onderwijs

De Onderwijsinstellingen in Nederland krijgen van de rijksoverheid één budget voor alle kosten die zij maken. Dit budget wordt de lumpsum genoemd. In 2016 gaat dit om bijna 29 miljard euro voor alle onderwijssectoren. Hiervan gaat ongeveer 7,6 miljard euro naar het voortgezet onderwijs. De hoogte van de lumpsum van een school hangt af van het aantal leerlingen, hun leeftijd en het soort onderwijs. Hoe hoger het aantal leerlingen, hoe hoger het bedrag is dat een school ontvangt. In het voortgezet onderwijs was in 2015 gemiddeld 7.863 euro per leerling beschikbaar (Zie ook de site van rijksoverheid). Naast de financiering vanuit de centrale overheid zijn er soms ook subsidies op gemeentelijk niveau.

Schoolbesturen beslissen zelf hoe ze hun budget willen besteden. Zo kan een school bijvoorbeeld bezuinigen op meubilair om meer geld te kunnen besteden aan personeel. Hoewel besturen de vrijheid hebben in de wijze van besteding, wordt het grootste deel van de uitgaven bepaald door de personele lasten. Gemiddeld neemt dit deel 84% van de begroting in beslag. Met de overgebleven 16% moeten de scholen alle materiële kosten dragen. De kosten en investeringen in ICT worden ook uit dit deel gefinancierd.

 

Vragen? Laat je mailadres achter en we nemen contact met je op.

Velden die gemarkeerd zijn met een * zijn verplichte velden.